Eén van de vernieuwingen in het onderwijs is “Flipping the classroom”. Hierbij is de leerling veel meer zelf verantwoordelijk voor het leerproces. De leermaterialen zijn aanwezig en de leerdoelen zijn ook duidelijke gemaakt maar de leerling bepaalt zelf op welke wijze, en met welke middelen dit bereikt gaat worden.  De leerkracht stuurt het proces niet meer maar begeleidt het. Hierbij zorgt de leerkracht ervoor dat de juiste leermiddelen aanwezig zijn en dat de leerlingen blijven leren. Omdat de leerling zelf op zoek gaat naar leerstof kan het zelfs zo zijn dat de leerling die de stof als eerste beheerst uitleg gaat geven aan andere leerlingen. Het proces is nog steeds belangrijk, maar het resultaat is het gene wat bepaalt of een leerling door mag naar de volgende doelstelling.

In het bedrijfsleven kan dit ook worden gebruikt. Sterker nog, binnen bedrijven kan dit nog veel effectiever zijn dan binnen het onderwijs. Medewerkers krijgen een doelstelling (kwalitatief en kwantitatief), een aantal aanwijzingen waar leerstof te vinden is en de mogelijkheid om op alternatieve wijze leerstof te verwerven. De in-company trainingsafdeling ondersteunt door leerstof en materialen aan te reiken en door te toetsen of de doelstelling is bereikt.

Binnen de nieuwe werken context kan deze methode er toe leiden dat collega’s online uitleg aan elkaar geven of elkaar feedback geven via messenger diensten zonder dat de opleidingsafdeling lessen hoeft te organiseren.

Een voorbeeld is de poortinstructie die projectmedewerkers in de chemische- of petro chemische industrie moeten volgen. Hierbij zitten medewerkers van verschillende nationaliteiten die formeel allemaal dezelfde veiligheidsinstructies horen te krijgen. Maar het komt voor dat medewerkers die de Nederlandse taal niet voldoende machtig zijn toch een Nederlandse instructie krijgen, waarvoor ook wordt afgetekend in de logboeken.

Daarnaast moeten de medewerkers bij verschillende bedrijven steeds vrijwel dezelfde instructie ondergaan. Vergelijk het met de veiligheidsinstructies van het cabinepersoneel in een vliegtuig. De interesse is laag en als de taal ook nog een barierre vormt kan je de vraag stellen of deze instructie nog wel zinvol is.

Volgens het Flip-concept zouden de medewerkers bij aanvang van het project een aantal doelstellingen meekrijgen waarin precies wordt vermeld wat er wordt verwacht, bijvoorbeeld welk soort beschermende kleding gedragen dient te worden, op welke wijze medewerkers die op hoogte werken gezekerd dienen te zijn of wat de doen bij een oliebrand. Vervolgens krijgen de medewerkers te horen dat er een toets zal plaatsvinden en dat alleen diegenen die slagen voor de toets mogen deelnemen aan het project. Er worden boeken, e-learnings en links naar filmpjes en animaties aangegeven en de mogelijk bestaat om op een bepaald moment vragen te stellen aan een specialist/opleider. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor het behalen van de toets bij de medewerker geplaatst, maar worden allen middelen om te toets te halen aangereikt.

 

Dit is natuurlijk maar een voorbeeld, maar het kan ook toegepast worden op cultuurprogramma’s, applicatie introducties of vaardigheidsopleidingen om maar eens iets te noemen.